Communicatieregels

Acht regels voor open en begripvol communiceren

De volgende communicatieregels kunnen helpen bij een
open en begripvolle communicatie in je relatie

1. Stel je open voor de ander
Durf ook ter discussie te stellen wat je zelf denkt.

2. Heb echte tijd en aandacht voor elkaar
Dit houdt o.a. in dat je niet belangstellend informeert naar dingen met de bedoeling om daarna uitvoerig de gelegenheid te krijgen om je eigen verhaal af te steken. Het houdt ook in dat een gesprek meestal niet vanachter de krant of je mobiel gevoerd kan worden.

3. Luister naar elkaar
Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Het houdt in dat je je echt onbevangen openstelt voor de ander. Luisteren doe je niet alleen met je oren maar ook met je hart. Je luistert naar de woorden: wat er gezegd wordt, maar ook hoe het gezegd wordt. Ook naar de dingen die misschien net niet gezegd worden omdat ze zo gevoelig liggen.

4. Spaar irritaties niet op
Bespreek deze zo snel mogelijk. Sommige echtparen zijn ‘te lief’ voor elkaar. Aan de buitenkant is alles goed, maar innerlijk wordt er veel opgekropt totdat dit er een keer uitkomt. Dit is dan meestal op een negatieve manier. Denk ook niet dat je onenigheid kan oplossen door het te laten slijten. Het is goed om bepaalde dingen onder de mantel der liefde te bedekken, maar deze mantel is wat anders dan het vloerkleedje waar al het vuil onderschoven wordt.

5. Vermijd zoveel mogelijk waarom-vragen en generaliseren, maar formuleer positieve wensen in het hier en nu
Bij vragen als: “Waarom moet ik altijd de koffie inschenken?” gaat de ander zich ongetwijfeld verdedigen. Waarom-vragen hebben vaak een verwijtende ondertoon. Formuleer je het positief en zonder verwijt: “Zou jij vandaag de koffie in willen schenken?”, heb je veel meer kans op een kopje koffie zonder ruzie.

6. Haal elkaars familie er niet te snel bij
Dit is ook een manier om de ander óf schaakmat te zetten óf in ieder geval erg boos te maken: “Jij bent precies als je moeder, die begint ook altijd te zeuren als het niet naar haar zin gaat… Jij bent precies je opa, die keek ook altijd zo glimlachend, maar hij ging gewoon z’n eigen gang…”

7. Spreek voor jezelf en lees geen gedachten bij de ander
Dit leidt tot vruchteloze discussies. Bijvoorbeeld: “Jij zult wel weer zeggen dat… (terwijl de ander dat deze keer nu net niet wilde zeggen). Ik weet precies wat jij nu denkt, daarvoor ben ik lang genoeg met je getrouwd…”

8. Zeg wat je feitelijk bedoelt
Als je zegt “Mijn glas is leeg”, maar je bedoelt “Zou je nog wat drinken willen inschenken?”, zeg dat dan ook.

Wij gebruiken cookies om onze site en onze service te optimaliseren. Bekijk cookiestatement.